VISSERIJWET

BINNENWATER

 Het is niet de bedoeling hier de volledige Visserijwet uit de doeken te doen, ik beperk mij tot de regels waar u als hengelaar meestal mee te maken heeft.
 

Algemeen

Om te mogen vissen in de binnenwateren moet men in het bezit zijn van een geldige schriftelijke toestemming van de rechthebbende op het visrecht.
De schriftelijke toestemming van de visrechthebbende (hierna ook genoemd: "visvergunning") is een wettelijk verplicht privaatrechtelijk document en moet de volgende gegevens bevatten: wie de rechthebbende op het visrecht is; naam, woonplaats en geboortedatum van de vergunninghouder; omschrijving viswater; toegestane vistuigen; voorwaarden; dagtekening, geldigheidsduur en vergoeding.
Dit kan zijn de (Jeugd)Vispas, een Kleine Vispas of een vergunning voor een bepaalde tijd. Bijvoorbeeld een dagvergunning.
De visvergunning geeft aan waar, waarmee, wanneer en hoe er gevist mag worden. Via de visvergunning kan de rechthebbende op het visrecht nadere voorwaarden aan het vissen verbinden. Bijvoorbeeld een meeneemlimiet van bepaalde vissoorten, hogere dan wettelijk vastgestelde minimummaten, verbod gebruik bepaalde aassoorten gedurende een bepaalde periode en het nachtvissen.
Overtreding van vergunningsvoorwaarden staat gelijk aan het vissen zonder visvergunning (stafbaar feit artikel 21 lid 1 Visserijwet 1963).
Ben je jonger dan 14 jaar, dan mag je onder begeleiding van een volwassene die in het bezit is van een Vispas, zonder een schriftelijke toestemming (visvergunning) vissen met één hengel onder de zelfde condities als de VISpas houder.
Vis je met 2 hengels, dan is een JeugdVispas verplicht.
   
Voor de sportvissers die geen lid zijn van een aangesloten hengelsportvereniging wordt door Sportvisserij Nederland de Kleine VISpas uitgegeven.
Deze Kleine VISpas biedt de mogelijkheid om te vissen met één hengel, met één enkeltandige haak en voorzien van aangewezen aassoorten in de Kleine Lijst van Viswateren.
Verkrijgbaar bij Sportvisserij Nederland (on line bestellen) en op het postkantoor.
   
De (Jeugd)Vispas is alleen geldig indien u ook de gecombineerde bijbehorende (Aanvullende) Gezamenlijke Lijst van Nederlandse Viswateren en bij de Kleine Vispas de Kleine Lijst van Viswateren, uitgegeven door Sportvisserij Nederland, kunt tonen.
Overtreding hiervan staat gelijk aan het vissen zonder visvergunning (stafbaar feit artikel 21 lid 1 Visserijwet 1963).
   
Houders van een (Jeugd)Vispas zijn verplicht zich te houden aan de algemene voorwaarden zoals vermeld op de webpagina van Sportvisserij Nederland.


Aangewezen aassoorten

Bij een aantal wateren in deze lijst staat vermeld dat uitsluitend gevist mag worden met aangewezen aassoorten. U mag dan slechts de volgende aassoorten gebruiken:

Brood, aardappel, deeg, kaas, granen en zaden.

Worm en steurkrab.

Insecten, insectenlarven (bijvoorbeeld maden) en nabootsingen daarvan, mits niet groter dan 2,5 centimeter.


Gesloten tijden aassoorten (artikel 6 Reglement voor de binnenvisserij 1985)


Van 1 april tot de laatste zaterdag in mei geldt een verbod voor sommige aassoorten.

Er mag in die periode niet worden gevist met:
Een stukje vis (ongeacht hoe groot), een dood visje, slachtproducten, alle soorten kunstaas met uitzondering van kunstvliegen kleiner dan 2,5 cm.

Voor het IJsselmeer geldt dit verbod van 16 maart tot 1 juli.

Let op: voor een aantal wateren in deze lijst geldt een langere gesloten tijd. Dit staat bij de betreffende wateren vermeld.


Gesloten tijden vissoorten

Vissoorten waarvoor een gesloten tijd geldt, mag men in die periode niet voorhanden hebben. Na eventuele vangst moeten ze onmiddellijk in hetzelfde water worden teruggezet.

Nadere verklaring:

Voor een aantal vissoorten bestaat een gesloten tijd. Vangt u zo’n vis in die periode, dan moet u hem met de grootst mogelijke zorg behandelen en direct levend en onbeschadigd in hetzelfde water terugzetten.

Let op: voor een aantal wateren in deze lijst geldt een langere gesloten tijd. Dit staat bij de betreffende wateren vermeld.

 

Gesloten tijden   
 
1 maart t/m laatste zaterdag in mei
Snoek
 
1 april tot de laatste zaterdag in mei
Snoekbaars en Baars
 
1 april t/m 31 mei
Barbeel, Kopvoorn, Winde
 
1 oktober t/m 31 maart
Beekforel
 
1 november t/m 31 januari en van 1 maart t/m 30 april
Rivierprik
 
1 januari t/m 31 december (het gehele jaar)
Zeeforel, Zalm, Elft, Fint, Kwabaal, Serpeling, Sneep, Vlagzalm, Zeeprik en Meerval
 
Graskarper moet vanwege zijn speciale functie altijd worden teruggezet. Deze vissoort wordt uitgezet om overtollige plantengroei in het water te beteugelen.
 

Beschermde vissoorten

In de Flora en Faunawet is een aantal vissoorten opgenomen waarop u niet mag vissen. Mocht u toch een van deze vissen vangen, dan moet u deze vis onmiddellijk terug te zetten in water waar deze vis gevangen is.

Gestippelde Alver, Beekprik, Bittervoorn, Elrits, Houting, Grote Modderkruiper, Kleine Modderkruiper, Rivierdonderpad en Steur.

Gesloten tijden viswateren

De minister van Economische zaken, Landbouw en Innovatie of een visrechthebbende op een water, kan en mag gedurende een deel of het gehele jaar, de visserij op dat water verbieden.
Zie hiervoor onder andere de lijst met viswateren die u bij uw (Jeugd)Vispas ontvangt en de schriftelijke toestemming van uw hengelsportvereniging.

Meeneemlimiet

Op het IJsselmeer geldt een verbod op het in bezit hebben / meenemen van maximaal 20 baarzen of 2 snoekbaarzen, uiteraard groter dan de minimummaat.

Minimummaten

Voor diverse vissoorten is het niet toegestaan deze in uw bezit te hebben als ze niet voldoen aan de minimummaat voor die vissoort, zoals omschreven in de Visserijwet of de vergunning voor een bepaald viswater.
Zie hiervoor minimummaten vissoorten.

Verbod gebruik levend aas

Het is verboden om bij het vissen als aas levende gewervelde dieren te gebruiken (o.a. levende vissen, amfibieën, reptielen, vogels of zoogdieren). Vissen met maden, wormen, muggenlarven e.d. is wel toegestaan.

Hengels

Artikel 1 Visserijwet 1963
Een hengel is: het vistuig bestaande uit een roede (stok) - al dan niet voorzien van een opwindmechanisme - en een lijn of snoer - al dan niet voorzien van één of meer dobbers - en ten hoogste drie één, twee- of drietandige haken.

Je mag vissen met:

1 hengel: zie hierboven.
   
2 hengels: indien men in het bezit is van een (Jeugd)Vispas en een vergunning van de rechthebbende op het visrecht.
   
2 hengels: indien de visrechthebbende een vergunning voor een bepaalde tijd uitgeeft waarin geen beperkingen ten aanzien van twee hengels wordt aangegeven.
   
3 hengels:
- Men dient in het bezit te zijn van een geldige VISpas voorzien van een geldige derde hengeltoestemming.
  Deze toestemming wordt gevormd door een hologramsticker met het cijfer
  en het juiste jaartal.
- De derde hengeltoestemming is uitsluitend te gebruiken op de wateren met het symbool
.
- De afstand tussen de twee buitenste hengels mag ten hoogste 5 meter bedragen.
  De lijn moet zoveel mogelijk haaks ten opzichte van de oever, dus recht voor de hengel, in het water liggen.

Dode aasvis

Als dode aasvis mogen alleen die vissen gebruikt worden die geen minimummaat hebben of boven de minimummaat zijn.
   
Van de laatste zaterdag in mei tot 1 april mag ondermaatse baars (kleiner dan 22 cm) als dode aasvis gebruikt worden. Maximaal mag u 20 baarzen in uw bezit hebben.

Nachtvissen

Onder ‘nachtvissen’ wordt verstaan: vissen van twee uur na zonsondergang tot één uur voor zonsopkomst. Vooral in natuurgebieden kunnen afwijkende regels gelden. Informeer u dan ook altijd goed en volg aanwijzingen op borden of van toezichthouders altijd op. De hierna genoemde bepalingen gelden naast de Algemene voorwaarden en de Bijzondere voorwaarden per federatie.

Bepalingen voor het nachtvissen

- om te mogen nachtvissen dient men in het bezit te zijn van een geldige VISpas voorzien van een geldige nachtvistoestemming. Deze toestemming wordt gevormd door een hologramsticker met een maantje en het juiste jaartal;
- personen onder de 16 jaar mogen uitsluitend nachtvissen onder begeleiding van een persoon die minimaal 16 jaar is.
- nachtvissen is uitsluitend toegestaan op de wateren met het symbool ;
- in de gebieden van de federaties Limburg, Groningen Drenthe, Sportvisserij Fryslân en Sportvisserij Oost- Nederland is het nachtvissen binnen de bebouwde kom niet toegestaan. In de overige gebieden geldt deze beperking niet;
- men mag maximaal 3 x 24 uur gebruik maken van dezelfde visstek. Indien men na deze periode een nieuwe nachtvisstek met tentje wil betrekken, dient deze daar minimaal 1000 meter vandaan te liggen;
- de omgeving mag geen hinder ondervinden van de aanwezigheid van nachtvissers;
- drankmisbruik is verboden.

Bepalingen voor het nachtverblijf met een schuilmiddel

- Uitsluitend houders van een geldige nachtvistoestemming die actief vissen mogen in of nabij de het schuilmiddel aanwezig zijn.
- Nachtverblijf is uitsluitend toegestaan aan die wateren met het symbool .

Voor de overige nachtviswateren is het onbekend of nachtverblijf is toegestaan. Raadpleeg hiervoor de website van de betreffende federatie voor de meest actuele stand van zaken, dan wel de APV van de gemeente waarin het water ligt.

- in de gebieden van de federaties Limburg, Groningen Drenthe, Sportvisserij Fryslân en Sportvisserij Oost- Nederland dient het schuilmiddel aan de voorkant open te zijn. In de overige gebieden geldt deze beperking niet;
- het schuilmiddel is slechts toegestaan in neutrale, groene, bruine of camouflage kleur;
- het schuilmiddels mag de maximale afmetingen hebben van (lxb) 2.80m x 2.20m;
- afval dient in het schuilmiddel te worden bewaard en na afloop mee naar huis te worden genomen.

Opgepast

Op al deze regels uit de Visserijwet mag de hengelsportvereniging of elke andere verstrekker van een vergunning, de regels nog strenger maken.
Dit wil zeggen, dat de minimummaat voor bepaalde vissoorten verhoogd mag worden, er een verlengde gesloten tijd is, dat er een meeneemverbod voor één of meerdere vissoorten geldt, of dat het gedurende het gehele jaar verboden is om 's nachts te vissen.

Lees om problemen te voorkomen, altijd eerst goed de verstrekte vergunning.

 

Minimummaten
vissoorten in de Nederlandse binnenwateren
 

Naam

Wettelijke maat

vis soort

in centimeters

   
 Baars 22
 Barbeel 30
 Beekforel 25
 Blauwe leng 70
 Bot 20
 Beekforel 25
 Haring 20
 Heek 27
 Horsmakreel 15
 Kabeljouw 35
 Kopvoorn 30
 Leng 63
 Makreel 30
 Rivierprik 20
 Sardine 11
 Schartong 20
 Schelvis 30
 Schol 27
 Snoek 45
 Snoekbaars 42
 Tong 24
 Wijting 27
 Witte koolvis (pollak) 30
 Zeebaars 36
 Zeelt 25
 Zwarte koolvis 35

 
Voor de Alver, Blankvoorn, Brasem, Karper, Kolblei, Pos, Riviergrondel en Roofblei zijn geen wettelijke minimummaten vastgesteld.
   
Graskarper, Aal of Paling, Zalm, Zeeforel en ondermaatse vis moet direct na de vangst in hetzelfde water teruggezet te worden waarin deze gevangen werd.
   
Het is toegestaan (m.u.v. het IJsselmeer) om ondermaatse baarzen levend voorhanden te hebben op voorwaarde dat de vis wordt bewaard in een leefnet of emmer en levend wordt teruggezet in het zelfde water. Het aantal dode baarzen onder de minimummaat dat iemand als aas in bezit mag hebben (m.u.v. IJsselmeer) is vastgesteld op maximaal 20 stuks.

Wilt u een vollediger overzicht, ga naar de site van Sportvisserij Nederland.

Bovenstaande gegevens worden met de grootste zorgvuldigheid samengesteld, maar aangezien de Visserijwet regelmatig veranderd, kan HSV De Snoek niet aansprakelijk worden gesteld voor fouten in deze tekst.